ECLI:NL:RBZWB:2023:1949
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Bij beschikking van 29 februari 2020 stelde de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning vast op €249.000 en legde een aanslag onroerende-zaakbelastingen op. Belanghebbende maakte bezwaar, dat bij uitspraak op bezwaar van 27 oktober 2020 ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 28 februari 2023 bereikten partijen overeenstemming over een nieuwe WOZ-waarde van €242.000. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en paste de waarde dienovereenkomstig aan. Tevens behandelde de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar voor bezwaar en beroep.
De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn met ruim 13 maanden was overschreden en kende een vergoeding toe van €150, verdeeld tussen de heffingsambtenaar en de Staat. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €2.266. Het verzoek om een afzonderlijke proceskostenvergoeding voor het immateriële schadeverzoek werd afgewezen, omdat het verzoek reeds in het beroep was opgenomen.
Uitkomst: WOZ-waarde verminderd tot €242.000 en immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.