ECLI:NL:RBZWB:2023:2001
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 28 januari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op dit verzoek beslist, waarna eiseres op 9 maart 2022 verweerder in gebreke stelde. Omdat verweerder na deze ingebrekestelling nog steeds niet heeft beslist, is het beroep van eiseres gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de afhandeling, maar de rechtbank acht negen weken een redelijke termijn. Een verlenging van de termijn met vertraging door toedoen van eiseres wordt niet toegewezen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres, waarbij de proceskosten worden vastgesteld op € 418,50 op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte aard van de zaak.
De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier E.A. Vermunt op 27 maart 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van de uitspraak een verzetschrift indienen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen negen weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.