ECLI:NL:RBZWB:2023:2004
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 8 juni 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op dit verzoek beslist. Eiser stelde de Belastingdienst op 6 juli 2022 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had om een langere termijn van dertien weken gevraagd vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de benodigde zorgvuldigheid, maar de rechtbank acht negen weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht van €50 aan eiser vergoeden en een proceskostenvergoeding van €418,50 betalen, berekend met een wegingsfactor van 0,5 gezien het lichte gewicht van de zaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van negen weken en een dwangsom op voor het niet tijdig beslissen door de Belastingdienst.