ECLI:NL:RBZWB:2023:2042
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens tijdige beslissing op aanvraag herbeoordeling arbeidsgeschiktheid
Verzoekster heeft beroep ingesteld omdat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) niet tijdig had beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsgeschiktheid van de heer Birsak. Nadat het UWV alsnog op 7 december 2022 op de aanvraag had beslist, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek tot proceskostenvergoeding, waarop het UWV geen bezwaar maakte. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten indien het aan het beroep tegemoet is gekomen.
De rechtbank kwalificeert de zaak als licht van aard, gelet op jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep omtrent geschillen over het uitblijven van een besluit. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van €365,- door het UWV moet worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb.
De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten op 30 maart 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van €418,50.