ECLI:NL:RBZWB:2023:205
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens kortdurend stilzetten auto
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag parkeerbelasting nadat zijn auto op 19 juli 2021 circa 11:43 uur stil stond aan de Vlaszak te Breda zonder dat parkeerbelasting was voldaan. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende tegen deze naheffingsaanslag ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft beoordeeld of het stilzetten van de auto kwalificeert als laden en lossen, wat een uitzondering vormt op het betalen van parkeerbelasting. Belanghebbende stelde dat hij slechts kortstondig een tas aan drie kinderen afleverde, wat volgens hem geen parkeren was maar laden en lossen. De rechtbank oordeelde dat het afleveren van een draagbare tas niet voldoet aan de criteria voor laden en lossen, die betrekking hebben op zaken van enige omvang of gewicht die niet gemakkelijk zonder voertuig kunnen worden verplaatst.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan met foto’s waaruit geen bijzondere activiteiten bleken en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van laden en lossen. De duur van het stilzetten was niet doorslaggevend; het ging om de noodzakelijkheid van het gebruik van het voertuig voor het vervoer van zware of omvangrijke zaken.
Daarom concludeerde de rechtbank dat sprake was van parkeren waarvoor parkeerbelasting verschuldigd is en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.