ECLI:NL:RBZWB:2023:2078
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Van Noort
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming verkoop echtelijke woning
De vrouw verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor het te koop aanbieden en het sluiten van een koopovereenkomst betreffende de echtelijke woning, omdat de man niet meewerkt aan de verkoop. Tijdens de procedure wijzigde zij haar verzoek om het uitsluitend te baseren op artikel 1:88 lid 6 BW Pro. De man maakte bezwaar tegen deze wijziging en voerde verweer tegen het verzoek.
De rechtbank stelde vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen, aangezien partijen in Nederland wonen en de woning in Nederland is gelegen. De rechtbank oordeelde dat de wijziging van het verzoek als een vermindering van het oorspronkelijke verzoek kon worden beschouwd en daarmee niet in strijd was met de goede procesorde.
Feitelijk zijn partijen gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en is de woning gezamenlijk eigendom. De vrouw woont elders met de kinderen, de man verblijft in de woning. De vrouw wil de woning verkopen om huwelijkse schulden af te lossen en een nieuwe woning te huren. De rechtbank overwoog dat een op grond van artikel 1:88 lid 6 BW Pro gegeven toestemming de man niet tot partij maakt bij de verkoop, terwijl zijn medewerking als mede-eigenaar noodzakelijk is.
Daarom heeft de vrouw onvoldoende belang bij haar verzoek omdat zij zonder medewerking van de man niet eenzijdig tot verkoop kan overgaan. Het verzoek werd dan ook afgewezen.
De beschikking werd op 27 maart 2023 uitgesproken door rechter Van Noort in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek om vervangende toestemming voor verkoop van de echtelijke woning wordt afgewezen wegens onvoldoende belang van de vrouw.