ECLI:NL:RBZWB:2023:21
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar WIA-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een WIA-uitkering. Het bezwaar was ingediend op 18 februari 2022 en verweerder had uiterlijk 23 augustus 2022 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde verweerder op 25 augustus 2022 in gebreke en startte vervolgens het beroep.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Hoewel er sprake is van een achterstand door een tekort aan verzekeringsartsen en een noodzakelijke fysieke hoorzitting, acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om alsnog te beslissen. Verweerder wordt opgedragen binnen deze termijn een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslissing langer uitblijft. Verweerder moet ook het betaalde griffierecht van €50 vergoeden en de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €418,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en bepaalt dat verweerder binnen de gestelde termijn alsnog moet beslissen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen vier maanden alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom.