De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek tot vaststelling van de voorlopige rangregeling en verdeling van de netto meeropbrengst van de executie van een bedrijfsgebouw te Breda, gehouden ten laste van Plantko Holding B.V. De provincie Noord-Brabant en Rassers N.V. hadden gezamenlijk een vordering ingediend, terwijl Van Lanschot Bankiers N.V. en Plantko Holding B.V. geen vordering indienden en dus niet meedelen in de rangregeling.
De rechter-commissaris werd benoemd om toezicht te houden op de verdeling. Uit het verdelingsoverzicht bleek een netto meeropbrengst van € 111.405,63 na uitbetaling aan de eerste hypotheekhouder. Van Lanschot verklaarde geen vordering meer te hebben, waardoor het bedrag verdeeld moest worden tussen de provincie en Rassers. De partijen bereikten overeenstemming over een pondspondsgewijze verdeling van € 50.806,66 voor de provincie en € 60.598,97 voor Rassers.
Plantko Holding was bestuurloos door het overlijden van haar bestuurder en kon daardoor niet instemmen met de verdeling. De rechter-commissaris stelde daarom de voorlopige rangregeling vast overeenkomstig de overeenstemming tussen de provincie en Rassers. De beschikking bevatte tevens een termijn voor het indienen van bezwaren en de procedure bij eventuele bezwaren.