ECLI:NL:RBZWB:2023:217
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Opleggen dwangsom wegens niet tijdig beslissen op aanvraag kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat de Belastingdienst niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, ingediend op 12 maart 2021. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat eiseres de Belastingdienst op 18 maart 2022 in gebreke heeft gesteld, waarna het beroep gegrond is verklaard.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst alsnog binnen elf weken na verzending van deze uitspraak een besluit moet nemen. Hoewel de standaardtermijn twee weken is, acht de rechtbank een langere termijn gerechtvaardigd vanwege het grote aantal verzoeken en de noodzaak voor zorgvuldige behandeling. De rechtbank wijst het verzoek van de Belastingdienst af om de termijn te verlengen met perioden van vertraging door toedoen van eiseres.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn nog wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De reeds vastgestelde bestuurlijke dwangsom van € 1.442,- blijft ongewijzigd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres, waarbij de proceskosten worden vastgesteld op € 418,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom op en bepaalt dat de Belastingdienst binnen elf weken alsnog een besluit moet nemen.