Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf van cliënt, geboren in 1949, voor de duur van zes maanden op grond van de Wet zorg en dwang (Wzd).
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, vermoedelijk Alzheimer, en dat haar woning overvol is met spullen waardoor er nauwelijks leefruimte is. Cliënt vertoonde verzet tegen opname en gaf aan niet uit huis te willen. De curator en mantelzorger bevestigden dat cliënt niet langer verantwoord alleen kan wonen vanwege vergeetachtigheid, onveilige situaties en de noodzaak van 24-uurs zorg.
De rechtbank oordeelde dat er sprake is van ernstig nadeel en dat opname noodzakelijk is om dit te voorkomen. Minder ingrijpende maatregelen zijn niet toereikend. Daarom werd de machtiging tot verplichte opname en verblijf voor zes maanden verleend, met de mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot verplichte opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie.