Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 28 februari 2023 een verzoek van de officier van justitie behandeld tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 1939. Het verzoek betrof het voortzetten van verplichte zorg waaronder medicatie, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, zijn advocaat, een verpleegkundig specialist, een arts-assistent en de dochter van betrokkene gehoord. De medische verklaring en getuigenverklaringen toonden aan dat betrokkene lijdt aan een depressieve-stemmingsstoornis en dat zijn gedrag als gevolg daarvan leidt tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel en psychische schade.
De rechtbank oordeelde dat de noodzakelijke verplichte zorg evenredig is en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. Betrokkene verzette zich tegen de zorg, maar de ernst van de situatie rechtvaardigde de voortzetting van de crisismaatregel. De machtiging geldt tot en met 21 maart 2023.
Tegen de beschikking staat cassatie open. De beschikking is mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 21 maart 2023.