ECLI:NL:RBZWB:2023:218
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Opleggen dwangsom wegens niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op haar aanvraag tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag, ingediend op 6 april 2021. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, had uiterlijk 6 april 2022 moeten beslissen, na een verlenging van de beslistermijn met zes maanden. Eiseres stelde verweerder op 6 april 2022 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank acht het beroep ontvankelijk ondanks de ingebrekestelling iets te vroeg was, gelet op de mededeling van verweerder dat niet tijdig zou worden beslist. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken voor besluitvorming vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de behandeling.
De rechtbank vindt een termijn van twaalf weken na verzending van het vonnis redelijk en wijst het verzoek om verlenging met vertraging door eiseres af. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank legt een dwangsom op en draagt de Belastingdienst op binnen twaalf weken alsnog te beslissen op de aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag.