ECLI:NL:RBZWB:2023:219
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar Catshuisregeling toeslagen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking van 7 maart 2022 waarin hem nog geen € 30.000,- werd toegekend onder de Catshuisregeling. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van twaalf weken, verlengd met zes weken, op het bezwaar beslist. Eiser stelde verweerder op 19 september 2022 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank overweegt dat verweerder op grond van artikel 8:55d Awb binnen twee weken na deze uitspraak een besluit moet nemen, maar vanwege de grote hoeveelheid bezwaren bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen een termijn van vijf weken redelijk acht. Verweerder krijgt geen verlenging van de termijn wegens vertraging door eiser.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder moet het betaalde griffierecht aan eiser vergoeden en wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 418,50. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen vijf weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.