ECLI:NL:RBZWB:2023:2191
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep motorrijtuigenbelasting na intrekking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de motorrijtuigenbelasting over de periode 14 september 2021 tot en met 13 december 2021, dat door de inspecteur ongegrond werd verklaard. Het beroep werd op 26 januari 2023 behandeld, waarbij de gemachtigde van belanghebbende het beroep ter zitting introk met ondertekening van een intrekkingsverklaring.
Na de zitting stuurde belanghebbende een brief waarin zij aangaf de intrekking te betwisten en alsnog een civiele uitspraak te wensen. De rechtbank oordeelde dat de intrekking rechtsgeldig was, omdat de gemachtigde ondubbelzinnig en zonder dwang of bedrog het beroep had ingetrokken. De rechtbank wees erop dat de beroepsprocedure alleen over de juistheid van de motorrijtuigenbelasting kan oordelen en niet over verrekening met een vordering op de gemeente.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek tot civiele procedure af wegens onbevoegdheid, aangezien de belastingrechter niet bevoegd is voor civiele vorderingen. Belanghebbende kan zich tot de civiele rechter wenden. De uitspraak is openbaar en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de motorrijtuigenbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens rechtsgeldige intrekking.