Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.de vennootschap onder firma [gedaagde sub 1] ,
2. [gedaagde sub 2] ,
3. [gedaagde sub 3] ,
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
“(…) Wij kunnen gebruik maken van één derde van het pand, te weten, het café gedeelte op de benedenverdieping, de keuken, de toiletgroepen en nooduitgang. De andere twee derde van het pand zullen wij, zoals afgesproken, niet betreden. (…)”
“(…) Zoals gisteren aangegeven zou ik nog contact met je opnemen aangaande de factuur voor augustus en zo. Bij navraag bij mijn accountant hebben we het advies gekregen om vooralsnog geen facturen te verzenden. Er staat namelijk nog een deel van jullie in ‘depot’ vanwege de vooruitbetaalde huur. Eerst zal dit depot worden aangesproken om de facturen te voldoen. Achteraf kunnen we dan een finale afrekening maken (er zit namelijk op een deel nog indexering). Als we de finale afrekening opgemaakt hebben kunnen we vanaf dat moment weer op normale frequentie de facturen aan jullie doen toekomen.(…)”
“(…)Het betreft een overzicht van de huur die jullie in vooruitbetaling hebben gedaan. Door de nieuw ontstane situatie kunnen jullie niet aangesproken worden op achterstallige huurbetaling (…) Er vindt enkel een opschorting plaats van vooruitbetaalde huurpenningen. (…)”
“(…) Aangezien wij slechts een derde van het gehuurde object hebben kunnen gebruiken, zijn wij bereid om ook die een derde van de huur te betalen. (…)”