Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van 4 april 2023 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WIA-uitkering ongewijzigd voort te zetten met een verlaging van het arbeidsongeschiktheidspercentage van 53,44% naar 53,11% per 25 september 2020. De rechtbank heeft het beroep op 23 februari 2023 behandeld en beoordeelt of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid juist heeft vastgesteld.
Uit het medisch dossier en de rapporten van de verzekeringsarts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) blijkt dat de beperkingen van eiser ten aanzien van zijn fysieke belastbaarheid zorgvuldig en volledig zijn vastgesteld. De rechtbank acht het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig en gemotiveerd, waarbij rekening is gehouden met alle klachten van eiser. De door eiser overgelegde medische stukken leveren geen nieuwe informatie op die aanleiding geeft tot een andere beoordeling.
De arbeidsdeskundige van het UWV heeft passende functies geselecteerd voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid, waaronder productiemedewerker industrie, administratief medewerker en telefonisch verkoper. De rechtbank ziet geen reden deze functies ongeschikt te achten. Op basis van deze functies en de vastgestelde beperkingen heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid berekend op 53,11%, wat door de rechtbank wordt bevestigd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het besluit van het UWV. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van eiser per 25 september 2020 terecht heeft vastgesteld op 53,11%.