ECLI:NL:RBZWB:2023:2260
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot inleveren inkomstenverklaringen bij bijstandsuitkering niet onrechtmatig
Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering en startte een kapperszaak in het buitenland. Het Werkplein vroeg haar om bewijsstukken over haar inkomsten, waarop zij niet alle gevraagde gegevens overlegde. Het Werkplein besloot dat eiseres vanaf februari 2021 inkomstenverklaringen moet inleveren om haar inkomsten te controleren.
Eiseres stelde dat zij ten onrechte niet als zelfstandige werd aangemerkt en dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden. Zij voerde ook aan dat haar verwervingskosten niet in aanmerking waren genomen en dat zij als marginaal zelfstandige had moeten worden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit alleen betrekking heeft op de verplichting tot het inleveren van inkomstenverklaringen en niet op het uitbetalen of herzien van de uitkering.
Omdat eiseres zich niet verzet tegen de verplichting tot het inleveren van verklaringen, maar tegen mogelijke gevolgen daarvan die niet onderdeel zijn van het bestreden besluit, is het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank merkte op dat eiseres tegen eventuele toekomstige besluiten rechtsmiddelen kan aanwenden.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroep is daarmee afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot verplichting tot inleveren van inkomstenverklaringen is ongegrond verklaard.