Op 23 maart 2022 vond in een plaats een geweldsincident plaats waarbij verdachte slachtoffer meerdere malen in het gezicht stompte en eenmaal tegen het hoofd schopte. De officier van justitie vorderde veroordeling voor poging tot doodslag, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was voor poging tot doodslag, mede vanwege de kracht van de schop en het feit dat verdachte sportschoenen zonder verharde delen droeg en zijn partner hem weg trok tijdens het schoppen.
De rechtbank achtte wel bewezen dat verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft willen toebrengen door het geweld, en veroordeelde hem voor poging tot zware mishandeling. Verdachte kreeg een gevangenisstraf van 30 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 180 uur. De persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het zorgen voor drie kinderen en het feit dat hij een eigen bedrijf heeft, werden meegewogen.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €13.610,63, waarvan de rechtbank €8.110,63 toewijst wegens materiële en immateriële schade. De rechtbank legde een schadevergoedingsmaatregel op met wettelijke rente vanaf de datum van het incident. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden aan de voorwaardelijke straf verbonden, waaronder een contact- en locatieverbod.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de poging tot doodslag, veroordeelde hem voor poging tot zware mishandeling, en legde passende straffen en maatregelen op, waarbij rekening werd gehouden met de ernst van het feit en de persoonlijke situatie van verdachte.