Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan alle drie de tenlastegelegde feiten;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 15 oktober 2020 werd in een loods aan een adres een hennepkwekerij met 1390 planten aangetroffen, waarbij illegale afname van elektriciteit en water plaatsvond. Verdachte was huurder van het pand, maar ontkende betrokkenheid bij de hennepteelt en stelde dat hij de loods had onderverhuurd.
De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van getuigen en het feit dat verdachte niets verifieerbaars over de onderverhuur had overgelegd om hem verantwoordelijk te houden. De verdediging betoogde dat verdachte niet wist van de kwekerij en dat de onderhuur door een ander werd geëxploiteerd.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van verdachte onvoldoende verifieerbaar was, maar ook dat het Openbaar Ministerie onvoldoende onderzoek had gedaan naar de vermeende onderhuurder en andere aanwijzingen van betrokkenheid. Er was geen onderzoek naar telefoongegevens, bankgegevens of camerabeelden, en DNA-onderzoek leverde geen bewijs tegen verdachte.
Daarom was er onvoldoende wettig bewijs dat verdachte betrokken was bij de hennepkwekerij of de diefstal van elektriciteit en water. Verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de tenlastelegging niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs van betrokkenheid bij hennepteelt en diefstal.