ECLI:NL:RBZWB:2023:2288
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering na vrijspraak hennepteelt
In deze strafzaak vorderde het Openbaar Ministerie ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van betrokkene, die werd verdacht van het opzettelijk telen en aanwezig hebben van hennepplanten. De ontnemingsvordering was gebaseerd op een berekening van drie oogsten hennep, met een vermeend voordeel van €418.790,70.
Tijdens de zitting op 23 maart 2023 hebben zowel het Openbaar Ministerie als de verdediging hun standpunten toegelicht. De verdediging voerde primair aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in de ontnemingsvordering, omdat betrokkene in de hoofdzaak was vrijgesproken. Subsidiair stelde de verdediging dat het berekende voordeel niet uit het dossier bleek en meer subsidiair verzocht zij matiging van de vordering.
De rechtbank heeft op 6 april 2023 vonnis gewezen en betrokkene vrijgesproken van het opzettelijk telen dan wel aanwezig hebben van 1390 hennepplanten. Hierdoor verviel de grondslag voor de ontnemingsvordering. De rechtbank verklaarde het Openbaar Ministerie daarom niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering.
De beslissing werd genomen door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, en uitgesproken in openbare zitting. De uitspraak benadrukt het belang van een bewezen strafbare feit als voorwaarde voor het opleggen van ontnemingsmaatregelen.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering na vrijspraak van betrokkene in de hoofdzaak.