ECLI:NL:RBZWB:2023:2291

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 april 2023
Publicatiedatum
6 april 2023
Zaaknummer
22-028279
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 552d lid 2 SvArt. 94a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst klaagschrift naar gerechtshof

Op 8 maart 2023 heeft de politierechter vonnis gewezen in een strafzaak waarbij klager hoger beroep heeft ingesteld. Klager diende een klaagschrift in op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering tegen de inbeslagname van een personenauto op 9 december 2022.

De rechtbank overweegt dat het klaagschrift moet worden ingediend bij het gerecht in feitelijke aanleg waar de zaak wordt vervolgd of laatst werd vervolgd. Aangezien de zaak in hoger beroep is bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het klaagschrift.

De rechtbank verwijst de zaak daarom door naar het gerechtshof in de stand waarin deze zich bevindt. De beslissing is op 4 april 2023 uitgesproken door rechter R.J.H. de Brouwer tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst het klaagschrift naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02-319317-22
rk.nummer: 22-028279
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2003,
wonende te [woonadres] ,
hierna te noemen: klager.
Klager heeft in deze zaak woonplaats gekozen ten kantore van mr. D.T. Stoof, advocaat te Breda, op het adres Spinveld 12, 4815 HS Breda.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 9 december 2022 onder klager in het strafvorderlijk onderzoek tegen hem in beslag is genomen: een personenauto, Renault Clio, voorzien van het [kenteken] (hierna: de personenauto);
  • het klaagschrift ingevolge artikel 552a Sv, ingediend op 12 december 2022 ter griffie van deze rechtbank;
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 8 maart 2023 heeft de politierechter van deze rechtbank vonnis gewezen in de strafzaak met bovengenoemd parketnummer. Tegen dit vonnis is namens klager hoger beroep ingesteld.
Voorafgaand aan de behandeling van onderhavig klaagschrift in raadkamer is namens de rechter aan de officier van justitie en de raadsman schriftelijk bericht dat hij in raadkamer onderhavig klaagschrift zal doorverwijzen naar het Gerechtshof 's-Hertogenbosch, nu de zaak daar wordt vervolgd. Daarbij is bericht dat om die reden geen inhoudelijke behandeling van het klaagschrift in raadkamer zal plaatsvinden.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 552a, derde lid van het Wetboek van Strafvordering wordt het klaagschrift zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming van de voorwerpen ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd.
Nu de zaak voor het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch wordt vervolgd, zal de rechtbank zich onbevoegd verklaren van het klaagschrift kennis te nemen en de zaak verwijzen naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch in de stand waarin deze zich bevindt.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het klaagschrift en verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in de stand waarin deze zich bevindt.
Deze beslissing is op 4 april 2023 gegeven door mr. R.J.H. de Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 april 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).