ECLI:NL:RBZWB:2023:232
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging bij bezwaar WOZ-waarde
Belanghebbende stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een pand bij de gemeente Tilburg. De gemachtigde van belanghebbende diende het beroepschrift in zonder een machtiging waaruit bleek dat hij bevoegd was om namens belanghebbende op te treden.
De rechtbank heeft belanghebbende en zijn gemachtigde tweemaal schriftelijk verzocht om binnen een gestelde termijn alsnog een machtiging te overleggen. Ondanks ontvangst van deze verzoeken werd geen machtiging ingediend en is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.
Op grond van artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht verklaart de rechtbank het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn afgewezen, omdat deze termijn niet was overschreden.
De rechtbank sprak geen proceskosten toe en maakte de uitspraak zonder zitting bekend.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.