Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] VOF,
2.
[gedaagde sub 2],
B.V.,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 augustus 2022 en de daarin vermelde stukken,
- de conclusie van antwoord in reconventie,
- de mondelinge behandeling gehouden op 6 maart 2023.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten in juni 2015 een overeenkomst voor het aanleggen van een waterput op een perceel waar aardappelen werden verbouwd. De waterput bleek ondeugdelijk doordat het water te zout was, wat schade aan de gewassen veroorzaakte. Gedaagde gebruikte het water na goedkeuring van eiser, maar leed daardoor schade.
Eiser vorderde betaling van €10.799,25 voor de waterput plus incassokosten en rente. Gedaagde erkende de hoofdsom maar verrekende deze met zijn schade van €9.932,73, bestaande uit lagere opbrengst, extra bemesting en onderzoekskosten. Na verrekening resteerde een bedrag van €866,52.
De kantonrechter oordeelde dat eiser tekortgeschoten is in de uitvoering en aansprakelijk is voor de schade. De incassokosten werden naar rato berekend over het resterende bedrag. De wettelijke handelsrente werd toegewezen vanaf 26 mei 2021 vanwege een lange incassostilstand. Proceskosten werden gecompenseerd omdat partijen deels gelijk kregen. De voorwaardelijke reconventie werd niet behandeld omdat de hoofdvordering niet integraal werd toegewezen.
Uitkomst: Gedaagde moet na verrekening €866,52 plus incassokosten en rente betalen; proceskosten worden gecompenseerd.