Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser
Inleiding
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser betwistte het UWV-besluit van 7 juni 2021 waarin werd vastgesteld dat hij per 21 september 2020 volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was, waardoor hij geen IVA-uitkering kreeg toegekend.
De rechtbank stelde in een tussenuitspraak dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en gaf het UWV de gelegenheid dit te herstellen. Het UWV diende een aanvullend rapport in van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige, waarin werd geconcludeerd dat de beperkingen van eiser niet duurzaam waren vanwege een te verwachten verbetering na een tweede operatie.
Eiser voerde aan dat de medische beoordeling onvolledig was en dat zijn klachten complex en duurzaam waren. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV-onderzoek na herstel zorgvuldig was, alle klachten waren meegewogen en de verzekeringsarts het beoordelingskader juist had toegepast.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat eiser met zijn beperkingen nog drie functies kon vervullen met een verdiencapaciteit van 57,21%, waardoor de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens het eerdere gebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het UWV het gebrek had hersteld. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat het UWV het gebrek heeft hersteld.