ECLI:NL:RBZWB:2023:2334
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling arbeidsgeschiktheid Wet WIA
Eiseres heeft op 19 oktober 2022 een aanvraag ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) om de arbeidsgeschiktheid van een (ex)werknemer opnieuw te beoordelen op grond van de Wet WIA. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van acht weken een besluit genomen, waardoor eiseres op 20 december 2022 verweerder in gebreke heeft gesteld. Na het verstrijken van de ingebrekestelling is het beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt.
Verweerder had reeds een dwangsom van € 1.442,- vastgesteld, welke door de rechtbank niet onjuist wordt bevonden. Verder moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 365,- vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 418,50 betalen, gebaseerd op een lichte zaak en een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat dit niet noodzakelijk was volgens artikel 8:54 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door rechter J. van Alphen op 7 april 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom en vergoedingen aan eiseres.