ECLI:NL:RBZWB:2023:234
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens termijnoverschrijding bezwaar naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2016 en 2017, maar diende het bezwaarschrift te laat in. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en wees het verzoek om ambtshalve vermindering af. Belanghebbende ging hiertegen in beroep.
De rechtbank beoordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken begon te lopen op 28 maart 2021, de dag na de dagtekening van de aanslagen op 27 maart 2021. De termijn eindigde op 10 mei 2021, terwijl het bezwaarschrift pas op 20 mei 2021 werd ontvangen. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard.
Voor het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om ambtshalve vermindering verklaarde de rechtbank zich onbevoegd, omdat dit een beslissing is op grond van artikel 65 AWR Pro die niet vatbaar is voor bezwaar en beroep bij de bestuursrechter. De civiele rechter is bevoegd voor dergelijke geschillen.
De rechtbank wees het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring af en verklaarde zich onbevoegd voor het beroep tegen de ambtshalve beslissing. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt ongegrond verklaard en de rechtbank is onbevoegd voor het beroep tegen de ambtshalve beslissing.