ECLI:NL:RBZWB:2023:2370
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM van € 9.110, gebaseerd op een lagere waardevermindering wegens schade aan een Land Rover Range Rover dan door belanghebbende opgegeven.
De inspecteur liet een onafhankelijke hertaxatie uitvoeren die een schadebedrag van € 5.045 vaststelde, waarvan € 4.572 in mindering werd gebracht op de handelsinkoopwaarde. Belanghebbende stelde dat een hoger schadebedrag in aanmerking genomen moest worden, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De rechtbank oordeelde dat de hertaxateur deskundig en onafhankelijk was en dat de door belanghebbende opgevoerde schade grotendeels normale gebruiksschade betrof.
Daarnaast werd een verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de bezwaar- en beroepsfase gehonoreerd. De rechtbank stelde vast dat de termijn met vijf maanden was overschreden en kende een vergoeding van € 500 toe.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslag, en veroordeelde de inspecteur tot betaling van de immateriële schadevergoeding, proceskosten van € 837 en het griffierecht van € 184.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.