ECLI:NL:RBZWB:2023:2378

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 april 2023
Publicatiedatum
7 april 2023
Zaaknummer
BRE-22-4743
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en KvK-uittreksel

De belanghebbende heeft via een gemachtigde beroep ingesteld tegen een teruggaafbeschikking overdrachtsbelasting van de inspecteur. De rechtbank heeft vastgesteld dat de gemachtigde bij het beroepschrift geen bewijs van zijn bevoegdheid heeft gevoegd, zoals vereist op grond van artikel 8:24 Awb Pro.

Na een verzoek van de rechtbank om binnen vier weken een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister te overleggen, heeft de gemachtigde wel een machtiging ingediend maar geen KvK-uittreksel. Ondanks uitstel en herhaalde verzoeken is het uittreksel niet aangeleverd en is geen geldige reden voor het verzuim gegeven.

De rechtbank concludeert daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 7 april 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een machtiging en KvK-uittreksel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/4743

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde]),
en

De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Procesverloop

De gesteld gemachtigde heeft tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 31 augustus 2022 beroep ingesteld. Het beroep ziet op de teruggaafbeschikking overdrachtsbelasting met nummer [nummer].

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
De gesteld gemachtigde heeft bij het beroepschrift geen informatie bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigde dan wel bevoegd is beroep in te stellen namens belanghebbende. De rechtbank heeft de gesteld gemachtigde bij brief van 12 oktober 2022 verzocht om binnen vier weken een machtiging en een uittreksel uit het handelsregister te overleggen. Het uittreksel is noodzakelijk om vast te stellen of de machtiging is afgegeven door een daarvoor bevoegd persoon.
Bij brief van 8 november 2022 heeft de gesteld gemachtigde verzocht om uitstel. De griffier heeft de gesteld gemachtigde daarop uitstel verleend.
Met dagtekening 21 november 2022 heeft de gesteld gemachtigde een machtiging overgelegd en daarbij verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden.
Bij aangetekende brief van 21 november 2022 is er uitstel verleend tot 23 december 2022 en is de gesteld gemachtigde nogmaals gewezen om naast de gronden een uittreksel van de kamer van koophandel te overleggen. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de brief afgeleverd op het door de gesteld gemachtigde opgegeven adres.
De gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen uittreksel van de kamer van koophandel ingediend heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 7 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.