ECLI:NL:RBZWB:2023:238
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn bij belastingaanslagen 2018 en 2019
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2018 en 2019. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en stelt vast dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. De beroepstermijn van zes weken begon te lopen op 17 mei 2022 en eindigde op 27 juni 2022. Het beroepschrift werd echter pas op 30 juni 2022 ontvangen, met dagtekening 29 juni 2022.
De gemachtigde van belanghebbende gaf aan dat de overschrijding te wijten was aan ziekte (Covid-19) waardoor hij niet in staat was het beroepschrift tijdig op te stellen. Hoewel dit een verzachtende omstandigheid is, oordeelt de rechtbank dat dit geen verontschuldiging vormt voor de overschrijding. Er was immers geen mogelijkheid om het beroep pro forma door een collega in te dienen.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie en benadrukt dat het handelen van de inspecteur en de duur van de bezwaarprocedure losstaan van de termijn voor het indienen van het beroepschrift. Ook eventuele overschrijdingen door de inspecteur rechtvaardigen geen overschrijding van de beroepstermijn. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.