ECLI:NL:RBZWB:2023:239

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 januari 2023
Publicatiedatum
17 januari 2023
Zaaknummer
BRE-22-2230
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep inkomstenbelasting 2017 en 2018

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar van 17 maart 2022 betreffende de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2017 en 2018. De inspecteur heeft bij brief van 16 augustus 2022 aangegeven alsnog tegemoet te komen aan belanghebbende, waarna het beroep werd ingetrokken met het verzoek om proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek. De inspecteur erkende dat er sprake was van beroepsmatige rechtsbijstand door een derde en stemde in met vergoeding van de proceskosten conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming de inspecteur veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 700,64, bestaande uit vergoeding voor rechtsbijstand en reis- en verblijfkosten. Tevens wijst de rechtbank erop dat het griffierecht door de inspecteur moet worden vergoed.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 700,64 aan proceskosten aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummers: BRE 22/2230 en 22/2231

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 januari 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , België, belanghebbende,

en

De inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.

Procesverloop

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraken op bezwaar van 17 maart 2022 inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2017 en 2018 met aanslagnummers [aanslagnummer] H.76.01 en [aanslagnummer] H.86.01.
Bij brief van 16 augustus 2022 heeft de inspecteur aangegeven alsnog aan belanghebbende tegemoet te komen.
Naar aanleiding hiervan heeft belanghebbende de beroepen ingetrokken met daarbij het verzoek de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
De inspecteur heeft de rechtbank meegedeeld dat er in de bezwaarprocedure sprake is geweest van handelingen door een derde beroepsmatige rechtsbijstandsverlener en conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is de inspecteur tegemoet gekomen aan het beroep van belanghebbende.
Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 592,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 296,- en 1 punt voor het verschijnen ter hoorzitting met een waarde per punt van € 296,- met een wegingsfactor 1). In de beroepsprocedure is niet gebleken dat door een derde beroepsmatig rechtsbijstand is verleend in de vorm van proceshandelingen die zijn genoemd in het Bpb.
De inspecteur heeft tevens meegedeeld akkoord te gaan met het vergoeden van het opgegeven bedrag aan reis- en verblijfkosten in de bezwaarprocedure ten bedrage van € 108,64. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken.
De rechtbank wijst erop dat de inspecteur op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van tweemaal € 50,- te vergoeden. Belanghebbende zal zich hiervoor dan ook tot de inspecteur moeten wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 700,64.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 20 januari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.