Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland tot opschorting van haar recht op bijstand per 22 november 2022. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 11 januari 2023 overhandigde verzoeksters gemachtigde een mail van het college waarin werd aangegeven dat de blokkade op de uitkering werd opgeheven en het restant van de uitkering over november 2022 zou worden uitbetaald.
Daarnaast werd een uitkeringsspecificatie over december 2022 overgelegd. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht het college te veroordelen in de proceskosten. Het college stemde hiermee in.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college aan verzoekster was tegemoetgekomen en veroordeelde het college in de proceskosten van verzoekster, bestaande uit de kosten van rechtsbijstand (€ 837) en het griffierecht (€ 50). Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.