ECLI:NL:RBZWB:2023:2415
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres werkte als schoonmaakster en kreeg vanaf 5 november 2018 een loongerelateerde WGA-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na het bereiken van de maximumduur werd deze omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering. Het UWV stelde na heronderzoek dat eiseres per 5 november 2020 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 17 januari 2022.
Eiseres voerde aan dat zij geen arbeidsvermogen heeft en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, onder meer door het ontbreken van een fysiek onderzoek en onvolledige medische gegevens. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek door de verzekeringsarts B&B zorgvuldig en volledig was, inclusief een fysiek onderzoek en het betrekken van medische dossiers.
De medische beperkingen werden adequaat gemotiveerd en er was geen sprake van een situatie zonder benutbare mogelijkheden zoals ziekenhuisopname of ernstige psychische stoornis. De arbeidsdeskundige stelde dat eiseres met haar beperkingen nog 91,36% van haar loon kan verdienen, wat een arbeidsongeschiktheid van 8,64% betekent.
De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de uitkering heeft beëindigd en verklaarde het beroep van eiseres ongegrond. Tevens werd geen aanvullende vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 17 januari 2022 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.