Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 31 augustus 2017 veroorzaakte de zoon van gedaagde sub 2 een aanrijding door het niet verlenen van voorrang met een onverzekerde auto die op naam stond van gedaagde sub 2. Stichting Waarborgfonds Motorverkeer (SWM) heeft de benadeelde partij schadeloos gesteld en vervolgens verhaal gezocht op beide gedaagden.
SWM vordert betaling van het restant van de schadevergoeding, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagden voeren verweer waarbij de zoon betwist aansprakelijk te zijn op grond van de WAM en de vader stelt geen verwijt treft omdat hij zijn zoon had verboden te rijden.
De rechtbank oordeelt dat beide gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van artikel 27 WAM Pro en artikel 6:162 BW Pro. De vordering tot buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen wegens een te hoog bedrag. De proceskosten worden hoofdelijk aan gedaagden opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Beide gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 4.405,00 plus wettelijke rente en proceskosten aan Stichting Waarborgfonds Motorverkeer.