De man verzoekt de rechtbank om de erkenning door de juridische vader te vernietigen, omdat deze niet zijn biologische vader is. De man is in 1991 geboren uit de moeder, die destijds een relatie had met de vermoedelijke biologische vader. De juridische vader kwam pas later in het leven van de moeder en de man, waardoor hij niet de verwekker kan zijn.
Hoewel de wettelijke termijn voor het indienen van het verzoek tot vernietiging van de erkenning is overschreden, acht de rechtbank deze termijnoverschrijding verschoonbaar vanwege de problematische jeugd van de man, zijn detentie en TBS-behandeling, en zijn wens tot een nieuwe start.
De vermoedelijke biologische vader ondersteunt het verzoek en twijfelt niet aan zijn vaderschap. De moeder is niet verschenen en heeft geen bezwaar gemaakt. De rechtbank oordeelt dat het belang van de man vereist dat zijn juridische situatie wordt aangepast aan de biologische werkelijkheid en vernietigt de erkenning door de juridische vader.
De vernietiging heeft terugwerkende kracht, waardoor de man automatisch de geslachtsnaam van zijn moeder verkrijgt. Na het in kracht van gewijsde treden van de beschikking kan de vermoedelijke biologische vader de man erkennen, waarbij de man zijn huidige geslachtsnaam kan behouden.
De beschikking is op 27 maart 2023 uitgesproken door de kinderrechter De Graaf te Breda.