Betrokkene is veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel in de periode van 4 tot en met 23 juni 2020. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, gebaseerd op een gedegen ontnemingsrapportage. De verdediging betwistte de hoogte van het bedrag en stelde voor het aantal klanten te verhogen bij de berekening.
De rechtbank baseerde zich op het vonnis in de hoofdzaak en de bewijsmiddelen, waaronder WhatsApp-berichten, en achtte het uitgangspunt van drie klanten per dag over twaalf dagen redelijk. De totale opbrengst werd geschat op €4.995, verminderd met €300 aangetroffen contant geld, wat resulteert in een totaal wederrechtelijk verkregen voordeel van €4.695.
Omdat niet kon worden vastgesteld hoe de opbrengsten tussen betrokkene en de mededader werden verdeeld, werd het bedrag gelijk verdeeld. Betrokkene werd daarom veroordeeld tot betaling van €2.347,50 aan de staat. De rechtbank stelde ook de duur van gijzeling bij niet-betaling vast op 33 dagen.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en is uitgesproken op 14 april 2023 door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.