Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk, de heffingsambtenaar,
de Staat der Nederlanden (de Minister van Justitie en Veiligheid), de Minister.
Inleiding
Overwegingen
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning voor het jaar 2020 tot een bedrag van € 310.000 en vermindert de daarmee samenhangende aanslag OZB dienovereenkomstig;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning voor het jaar 2021 tot een bedrag van € 330.000 en vermindert de daarmee samenhangende aanslag OZB dienovereenkomstig;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 138;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 12;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de griffierechten van € 98 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 2.858 aan proceskosten aan belanghebbende.