ECLI:NL:RBZWB:2023:252
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 25 maart 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een verlenging van de beslistermijn tot uiterlijk 25 maart 2022.
Eiseres stelde verweerder op 16 maart 2022 in gebreke, waarna zij beroep instelde toen de beslissing uitbleef. De rechtbank acht het beroep ontvankelijk en gegrond, omdat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen. De rechtbank draagt verweerder op binnen elf weken na verzending van het vonnis alsnog te beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder moet het betaalde griffierecht en proceskosten van €418,50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst een verzoek om een langere termijn van dertien weken deels af en ziet geen aanleiding voor verlenging van de termijn wegens vertraging door eiseres.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen elf weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.