Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de pleitnota van [eiser] ,
- de pleitnota van Intecma.
2.IPR
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
1.079,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een kort geding tussen een Duitse vennootschap actief in industriële elektronica en Intecma B.V., producent van dergelijke elektronica, over de beëindiging van een duurovereenkomst zonder schriftelijke overeenkomst.
Eiser vordert onder meer nakoming van de distributieovereenkomst alsof deze niet was opgezegd, met betrekking tot orders en klanten in meerdere Europese regio's. Intecma stelt dat eiser artikel 21 Rv Pro heeft geschonden door niet te melden dat tijdens een bespreking op 12 januari 2023 geen verzet is geboden tegen de beëindiging en afspraken zijn gemaakt over afwikkeling.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser door het achterhouden van deze feiten niet heeft voldaan aan de verplichting tot volledige en waarheidsgetrouwe feitenaanvoer, waardoor de vorderingen worden afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van Intecma.
Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens schending van artikel 21 Rv en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.