ECLI:NL:RBZWB:2023:2546
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig besluit op aanvraag aanvullende compensatie kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 20 december 2021 een aanvraag ingediend voor aanvullende compensatie voor werkelijke schade in het kader van de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waarna eiseres op 10 februari 2023 een ingebrekestelling heeft gestuurd. Na het verstrijken van de wettelijke termijn stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Hoewel de Belastingdienst om een langere termijn van minimaal dertien weken verzocht vanwege het grote aantal herbeoordelingen en de benodigde zorgvuldigheid, acht de rechtbank een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak redelijk. Een verlenging met vertraging door toedoen van eiseres wijst de rechtbank af vanwege onduidelijkheid.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslissing uitblijft na de termijn. De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van €418,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 17 april 2023.
Uitkomst: De rechtbank draagt de Belastingdienst op binnen acht weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.