ECLI:NL:RBZWB:2023:2552

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 april 2023
Publicatiedatum
17 april 2023
Zaaknummer
AWB- 22_5724
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken machtiging bij terugvordering NOW2

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de terugvordering van een voorschot op grond van de Tweede tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW2).

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiseres het griffierecht niet tijdig heeft betaald, ondanks herhaalde aanmaningen. Daarnaast is geen machtiging overgelegd waaruit blijkt dat de gemachtigde bevoegd is om namens eiseres op te treden, noch is een uittreksel uit het handelsregister verstrekt. Ook ontbreken de gronden van het beroep, waardoor niet aan de vereisten van de Algemene wet bestuursrecht is voldaan.

De rechtbank ziet hierdoor geen aanleiding tot inhoudelijke behandeling en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van griffierecht en ontbreken van machtiging en gronden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/5724

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 april 2023 in de zaak tussen

[naam eiseres] , uit [plaatsnaam] , eiseres

(gemachtigde: [naam gemachtigde] ),
en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 27 oktober 2022 (het bestreden besluit) inzake de terugvordering van een voorschot ten bedrage van € 9.356,- op grond van de Tweede tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW2).

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 365,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 12 januari 2023 eiseres in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Verder overweegt de rechtbank het volgende.
Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij of zij namens die ander beroep mag instellen. Ingeval van een rechtspersoon moet daarnaast ook een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel worden toegestuurd waaruit blijkt welke bestuurder bevoegd is om iemand namens de rechtspersoon te machtigen. Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb
.
De indiener van het beroepschrift, [naam gemachtigde] , heeft geen uittreksel uit het handelsregister en geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is beroep in te stellen namens eiseres.
Verder ontbreken ook de gronden van het beroep. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit.
De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 27 januari 2023 gevraagd om alsnog de gronden van het beroep, de machtiging en het uittreksel uit het handelsregister in te sturen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief. Daarbij is erop gewezen dat bij niet of niet tijdig herstellen van de verzuimen het beroep op grond van artikel 6.6 van de Awb niet-ontvankelijk kan worden verklaard.
Er zijn binnen de gestelde termijnen geen gronden, geen machtiging en geen uittreksel uit het handelsregister ingediend.
Ook hier geldt dat daar geen geldige reden voor is gegeven.
Het beroep is om hiervoor vermelde redenen kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het beroep.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van C.A.F. Kalb, griffier, op 7 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.