ECLI:NL:RBZWB:2023:2557
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag BPM en vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur, waarbij het geschil vooral ging over de waardevermindering van een camper door schade en de toepassing van de herleidingsmethode.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur zijn standpunt voldoende heeft gemotiveerd zonder een hertaxatie en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een hogere waardevermindering dan reeds in aanmerking genomen. Normale gebruiksschade kan niet in mindering worden gebracht op de handelsinkoopwaarde.
Verder wijst de rechtbank het beroep af omdat de herleidingsmethode niet toepasbaar is. Wel wordt belanghebbende een vergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn met één maand, welke volledig voor rekening van de inspecteur komt.
Daarnaast wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van € 837. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de naheffingsaanslag in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag BPM blijft in stand, met een vergoeding van immateriële schade en proceskosten voor belanghebbende.