ECLI:NL:RBZWB:2023:2558
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag BPM wegens waardering auto en schade
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM opgelegd door de inspecteur, waarbij discussie bestond over de juiste waardering van een auto en de mate van waardevermindering door schade.
De inspecteur baseerde de aanslag op een hertaxatie waarbij de handelsinkoopwaarde werd vastgesteld op € 44.277, zonder waardevermindering wegens schade. Belanghebbende stelde dat de schade onvoldoende werd meegenomen en betwistte de deskundigheid en onafhankelijkheid van de hertaxateur.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur vrij is zijn standpunt te onderbouwen met toelaatbaar bewijs en dat er geen aanwijzingen zijn dat de hertaxateur niet deskundig of onafhankelijk was. De rechtbank stelde dat normale gebruiksschade niet in mindering kan worden gebracht en dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade.
De door belanghebbende voorgestelde herleidingsmethode werd eveneens verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.