ECLI:NL:RBZWB:2023:2559
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslagen BPM en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen BPM voor twee auto's, waarbij discussie bestond over de deskundigheid en onafhankelijkheid van de hertaxateur, de waardevermindering wegens schade, en de juiste bepaling van de historische nieuwprijs en herleidingsmethode.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur vrij is zijn standpunt te onderbouwen met een deskundige hertaxateur en verwerpt het betoog dat deze niet onafhankelijk of deskundig zou zijn. De rechtbank stelt dat belanghebbende onvoldoende heeft aangetoond dat sprake is van meer dan normale gebruiksschade, waardoor de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.
Verder wordt de door belanghebbende bepleite herleidingsmethode verworpen. Wel kent de rechtbank een vergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bezwaar- en beroepsprocedure, waarbij de inspecteur verantwoordelijk wordt gehouden voor de volledige vergoeding. Daarnaast wordt de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van € 837.
Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen worden ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.