Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om zijn verzoek tot handhaving van het aantal parkeerplaatsen bij een woning in Breda af te wijzen. Het college had het verzoek eerst afgewezen en dit besluit in bezwaar gehandhaafd.
De kern van het geschil betrof de vraag of er juridisch gezien voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn rond de woning. Eiser stelde dat er niet aan de parkeernormen werd voldaan, omdat het college bij vergunningverlening was uitgegaan van de functie 'zorg' in plaats van 'wonen', waardoor volgens eiser meer parkeerplaatsen vereist waren. Tevens stelde hij dat alle parkeerplaatsen openbaar moesten zijn en niet afgesloten mochten worden.
De rechtbank oordeelde dat de omgevingsvergunning onherroepelijk is en dat toetsing aan andere parkeernormen dan die bij de vergunningverlening niet meer mogelijk is. De gerealiseerde parkeerplaatsen voldoen aan de vergunningsvoorwaarden, ook al zijn sommige parkeerplaatsen tijdelijk elders aangelegd. Omdat de parkeerplaatsen op privéterrein liggen, is het aan de eigenaar om te bepalen wie er mag parkeren. Er is daarom geen sprake van een overtreding en het beroep wordt ongegrond verklaard.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor proceskostenvergoeding of griffierechtvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter T. Peters op 12 april 2023.