ECLI:NL:RBZWB:2023:2587
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 4 februari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiser op 10 februari 2022 verweerder in gebreke heeft gesteld. Na het verstrijken van de wettelijke termijn heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de beslistermijn heeft gehandeld. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn dan de standaard twee weken, namelijk minimaal dertien weken, vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de afhandeling. De rechtbank acht een termijn van negen weken na verzending van het vonnis redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door eiser af.
De rechtbank legt een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 418,50 betalen, berekend met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het geschil. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen negen weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.