Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
.Deze negatieve beïnvloeding houdt verband met eerder delictgedrag. Het ontbreekt verdachte daarnaast aan dagbesteding en een inkomen. Hij staat niet open voor pedagogische beïnvloeding van zijn ouders en kan niet meer verblijven in zijn ouderlijke woning. Een traject bij de jeugdreclassering mislukte tweemaal.
Betrokkene handelt impulsief handelt en lijkt situaties niet altijd goed te overzien. Daar betrokkene bekend is met een licht verstandelijke beperking en hij gevoelig is voor negatieve beïnvloeding zien wij hem als een kwetsbare jongeman. De manier van denken en reageren maakt op ons een jongere, wat onvolwassen indruk. Hij beschikt daarnaast over beperkte sociale vaardigheden. Hij dient nog stappen te maken in zijn ontwikkeling richting volwassenheid. Er is een achterstand in de sociaal-emotionele ontwikkeling van verdachte. De reclassering erkent dat verdachte minimaal ontvankelijk is voor pedagogische beïnvloeding. Betrokkene kan niet meer terugkeren naar de ouderlijke woning. Het traject bij de jeugdreclassering verliep stroef en mislukte tweemaal. De inzet van de jeugdreclassering en van diverse hulpverlenende instanties hebben niet geleid tot gedragsverandering en vermindering van recidive. Desondanks worden er nog wel mogelijkheden gezien voor interventies vanuit/ begeleiding van de jeugdreclassering.”
7.De benadeelde partijen
8.Het beslag
9.De vordering tot tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
een gevangenisstraf van 42 maanden;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten