ECLI:NL:RBZWB:2023:2600
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen toekenning dwangsom en proceskostenvergoeding in belastingzaak
Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020. De rechtbank had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en de inspecteur opgedragen alsnog te beslissen op een verzoek om ambtshalve vermindering, met een dwangsom bij niet tijdig beslissen.
De inspecteur stelde verzet in tegen deze uitspraak, stellende dat het bezwaar niet automatisch een verzoek om ambtshalve vermindering is en dat de termijn voor beslissing pas loopt na de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. De rechtbank oordeelde dat de toekenning van de dwangsom en proceskostenvergoeding onterecht was.
De rechtbank vernietigde het deel van de uitspraak waarin de dwangsom en proceskostenvergoeding waren vastgesteld en handhaafde de overige onderdelen van de uitspraak. Er bestaat geen grond voor proceskostenveroordeling of dwangsom in deze zaak.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de dwangsom en proceskostenvergoeding worden vernietigd.