ECLI:NL:RBZWB:2023:2605

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 april 2023
Publicatiedatum
18 april 2023
Zaaknummer
BRE-21-2628
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet-ontvankelijk wegens overschrijding verzettermijn in belastingzaak

Belanghebbende stelde verzet in tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank waarin zijn beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet betalen van griffierecht. De rechtbank heeft het verzet behandeld op de zitting van 31 maart 2023, waarbij belanghebbende niet is verschenen ondanks tijdige uitnodiging.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het verzetschrift te laat bij de griffie is ontvangen, namelijk op 21 april 2022, terwijl de termijn voor het indienen van verzet op 21 maart 2022 was geëindigd. Hoewel het verzetschrift per post was verzonden op 17 maart 2022, is het niet binnen de wettelijke termijn ontvangen. Belanghebbende heeft geen redenen aangevoerd voor de termijnoverschrijding.

Gelet op artikel 6:11 van Pro de Awb is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en daarom is het verzet niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank komt daardoor niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het verzet en laat de eerdere uitspraak in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzet van belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzettermijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/2628

Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2023 op het verzet van

[belanghebbende], domicilie kiezende te [plaats],

belanghebbende,

Procesverloop

Bij genoemde uitspraak van deze rechtbank is het beroep van belanghebbende (met bovengenoemd zaaknummer) met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaard, op grond van het niet betalen van het griffierecht.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld over het verzet te worden gehoord. De rechtbank heeft het verzet behandeld ter zitting van 31 maart 2023 te Breda.
Belanghebbende is zonder kennisgeving aan de rechtbank niet verschenen.
Belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 17 januari 2023 aan belanghebbende op het postbusadres [adres] te ([postcode]) [plaats], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu uit Track&trace gegevens van PostNL blijkt dat de uitnodiging op bovengenoemd adres is bezorgd, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze tijdig op het juiste adres is aangeboden.

Feiten en de gronden van het verzet

De in verzet bestreden uitspraak van de rechtbank is gedagtekend 4 februari 2022 en met een begeleidende brief op 7 februari 2022 aan belanghebbende bekendgemaakt door middel van toezending.
Het verzetschrift van belanghebbende is gedagtekend 16 maart 2022. Het verzetschrift is blijkens de enveloppe en de bijbehorende vrachtbrief op 17 maart 2022 per post verzonden vanuit [plaats], [land]. Het verzetschrift is op 21 april 2022 ontvangen ter griffie van de rechtbank.

Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzet

De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt ingevolge artikel 6:7 in Pro samenhang gelezen met artikel 8:55 van Pro de Awb zes weken. Een verzetschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een verzetschrift eveneens tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn van zes weken ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van die termijn is ontvangen (artikel 6:9 in Pro verbinding met artikel 8:55, tweede lid van de Awb). Niet-ontvankelijkverklaring van het verzet blijft echter achterwege als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende met betrekking tot de overschrijding van de verzettermijn in verzuim is geweest (artikel 6:11 van Pro de Awb).
Gelet op de datum van aangetekende verzending van de in verzet bestreden uitspraak, namelijk 7 februari 2022, is de termijn voor het indienen van een verzetschrift geëindigd op 21 maart 2022. Het verzetschrift is op 21 april 2022 bij de griffie van de rechtbank ontvangen. Dat is te laat.
Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld om zich ter zitting uit te laten over waarom het verzetschrift niet tijdig is ingediend. Belanghebbende is niet verschenen ter zitting en heeft ook geen redenen aangevoerd. De termijnoverschrijding is daarom niet verschoonbaar (artikel 6:11 in Pro samenhang gelezen met artikel 8:55 van Pro de Awb).
Gelet op het vorenstaande is het verzet van belanghebbende niet-ontvankelijk. Doordat het verzet niet-ontvankelijk is, komt de rechtbank niet toe aan verdere beoordeling van het verzet. De in verzet bestreden uitspraak blijft dus in stand.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. M.H. van Schaik, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 14 april 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raadwww.hogeraad.nl
.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.