ECLI:NL:RBZWB:2023:2729
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit UWV over WW-uitkering wegens intrekking
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin zijn WW-uitkering per 1 maart 2021 werd ingetrokken vanwege ziekte. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de procedure nam het UWV een nieuw besluit waarin het bezwaar alsnog werd gegrond verklaard en de WW-uitkering per 1 maart 2021 werd toegekend. De rechtbank oordeelde dat dit nieuwe besluit volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van eiser, waardoor hij geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het oorspronkelijke bestreden besluit.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €50 en de proceskosten van eiser van €1.674, bestaande uit punten voor het indienen van het beroepschrift en de zitting.
De uitspraak werd gedaan door rechter I.M. Josten en griffier S. Constant op 20 april 2023. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.