De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor de verlengde uitvoer van ongeveer 4 kilogram MDMA. De zaak draaide onder meer om de vraag of sprake was van onherstelbare vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, met name vanwege de onrechtmatige inbeslagname van een tas (bigshopper) waarin de drugs werden aangetroffen.
De verdediging stelde dat er sprake was van meerdere onrechtmatigheden, waaronder een onrechtmatige staandehouding, onrechtmatige toepassing van politiegeweld, onrechtmatige boeiing en onrechtmatige doorzoeking. De rechtbank oordeelde dat de controlebevoegdheden juist waren toegepast en dat het politieoptreden proportioneel was. Wel werd vastgesteld dat de inbeslagname van de tas onrechtmatig was, maar dit vormverzuim leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
De rechtbank achtte het bewijs, waaronder de bekennende verklaring van verdachte en het NFI-onderzoek, wettig en overtuigend. Verdachte had willens en wetens de drugs vervoerd van Nederland naar Frankrijk. Gelet op de ernst van het feit, de jonge leeftijd van verdachte en zijn openheid, legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.